
George Degenhart (polderlicht-gastheer en zelf ook beeldend kunstenaar) heeft met zijn kunst afstand willen doen van klassieke kunstvormen zoals het portret, het landschap en stillevens. Door de jaren heen zocht hij met zijn werken naar een steeds grotere mate van abstractie. Zijn objecten en schilderijen vertellen geen verhaal. Het is niet de persoonlijke expressie die hem interesseert, maar een universele ontroering die voor iedereen geldt. Doina Kraal onderzoekt in haar werk juist wél het verhaal, de geschiedenis, het geheim. Het portret, het landschap en bijvoorbeeld bijbelse scènes komen veelvuldig voor in haar werk. Haar manier van kijken en werken staat daarmee haaks op die van George, hetgeen lange, diepgaande gesprekken tussen beiden opleverde.
George bezit een kleine maar fijne verzameling Afrikaanse beelden en die vormde het uitgangspunt voor Doina's polderlicht-bijdrage. Want die beelden, hoe figuratief en verhalend ze in onze Westerse ogen ook mogen overkomen, zijn die niet net zozeer een uiting van een 'universele taal', maar dan vanuit Afrikaans perspectief? Zoals George de werkelijkheid 'blootlegt' door middel van abstractie, zo verbeelden Afrikaanse kunstenaars de matrix achter hún realiteit door middel van hun beeld(-en)taal. Enfin, één en ander leidde tot het 'moeilijkste' werk van de polderlicht-route: een langwerpige houten bekisting met een daarin een Afrikaans beeld, met daarachter een röntgenfoto van datzelfde beeld, en dáár weer achter een dia-projectie van een abstracte interpretatie van het beeld zoals George die gemaakt zou kunnen hebben. Een soort tijdmachine van primitieve figuratie naar 'inzicht' (de röntgenfoto) naar geometrische abstractie... Picasso zou er goedkeurend naar hebben gekeken.
nb Ook voor wie het niet helemaal snapte viel er genoeg te genieten in George's liefdevol ingerichte appartement met zijn Afrikaanse beelden, eigen schilderijen en objecten, kunstboeken en fijne uitzicht op de Dappermarkt.

























