
Wat is toch dat toch met visuals bij electronische en/of ambient-concerten? Waarom zijn die beelden bijna altijd zo saai? Plaatjes van planeten, bacterieën, zonlicht-dat-op-water-schittert en meer van dat soort stock footage doet de muziek vaak geen recht.
Gisteravond traden vier electronische acts op in Paradiso, in het kader van een JG Ballard-tribute. Twee daarvan, Stellar OM Source en Shackleton, kozen ervoor om zónder begeleidende beelden op te treden. In beide gevallen stond dus iemand op een duister podium bij een minuscuul bureaulampje wat aan knopjes te draaien, met muziek die zowat schreeuwde om beeld. De andere twee acts, The Anti Group (TAG) en Blanck Mass, kozen wél voor begeleidende projecties. Helaas maakte dat het er -visueel gezien- niet veel beter op. Lichteffecten, celdelingen, gesteentes... zeer voorspelbaar. En zo veilig, zo ongevaarlijk allemaal. TAG's gefotoshopte marmerstructuren leken godbetert afkomstig van een batik-cursus!
Muzikaal gezien was de set van Blanck Mass veruit het interessantse. Die begon met een voortdenderende basdreun met langgerekte slierten orkestgeluid eroverheen. Deze werkelijk snoeiharde muur van geluid (onze kleren trilden hevig mee) werd na een kwartiertje meer ritme-geörienteerd, om vervolgens gedurende een minuut of zeven, acht in een héle spannende cadans te blijven hangen. En toen voltrok zich zowaar een klein wondertje: na lavastromen en andere ellende beperkten de visuals zich tijdens deze hele sequentie tot één loop, één herhalend geometrisch patroon (foto). Hier, en alleen hier, vielen beeld en geluid perfect samen.
Veel weten wij eerlijk gezegd niet over JG Ballard, schrijver van o.m. Crash en The Atrocity Exhibition, behalve dat een groot deel van zijn oeuvre zich afspeelt in de nabije toekomst, in een duistere en kille wereld. Misschien dat het daarom vanavond in Paradiso zo unheimlich donker was? Het was er zelfs koud... een vreemde gewaarwording op deze benauwde nazomeravond.



















